← Updates

Fonte­in van Beljo­n vergr­oend

verrijking of verarming?

datum 15 sep. 2026

Kunst in de publieke ruimte is op veel manieren zeer benaderbaar. Soms kun je er zelfs in of op. Denk bijvoorbeeld aan “De Rits” van Marieke Vromans in het Spoorpark in Tilburg. De kunstwerken zijn dus zeker niet onaantastbaar. Sterker nog: onze omgeving, de samenleving, kennis en overtuigingen veranderen door de tijd.

En daarmee krijgen kunstwerken een andere lading, wordt een nieuwe betekenislaag aangeboord of veranderen de meningen en emoties met betrekking tot een kunstwerk. Dat lokt reacties uit die soms tot uiting komen bij, aan of op het kunstwerk zelf. 

Royal Kiss, B. Murky, foto: Jostijn Ligtvoet

Dat kan een artistieke ingreep zijn. Een mooi voorbeeld daarvan is het kunstwerk “Royal Kiss” dat onderdeel was van het festival Kaapstad in 2019. Het beeld van Willem II op de Heuvel in Tilburg was tijdelijk te bestijgen via een steigerconstructie, zodat je oog in oog met de voormalig vorst kon komen. Met roze verf was het bronzen gezicht van make-up voorzien. De biseksuele aard van Willem II, die meestal besmuikt werd besproken, kreeg daarmee een publieke uiting als onderdeel van het historische monument.

'Keesje Kraak' kraakt Draaiend Huis in 2008

Het kan ook gaan om een activistische ingreep, zoals de kortdurende kraak van “Draaiend huis” van John Körmeling. Op de stoep van de draaiende, leegstaande doorzonwoning protesteerden actievoerders tegen geldverslindende projecten van gemeente Tilburg en vroegen aandacht voor problemen in de volkshuisvesting.

Het zijn ingrepen die tijdelijk een nieuw perspectief of verhaal verbinden aan een kunstwerk en het daarmee opnieuw onder de aandacht brengen. Daarin schuilt een belangrijke functie van kunst in de publieke ruimte: het kan discussie aanwakkeren, behoeftes zichtbaar maken, inzichten voorleggen aan de gebruikers van de publieke ruimte.

De vraag is of er grenzen zijn aan de aard van die ingrepen? Of de kunstwerken, die benaderbaar en niet onaantastbaar zijn, bescherming verdienen?

Naar aanleiding van de vergroening van de fontein van Beljon op het Willemsplein in Tilburg, kopte het Brabants Dagblad: “De een vindt het prachtig, de ander juist niet: fontein in Tilburg plots helemaal groen van de planten”. In dit artikel komen voor- en tegenstanders aan het woord. Van „de vertrutting is compleet” en “dit heeft Intratuin-vibes, zo heeft Beljon het nooit bedoeld” tot “de brutalistische fontein kleurt groen en fleurt het Willemsplein op”. In de laatste alinea van het artikel wordt verwezen naar een ongevraagd advies hierover, dat Spoor begin juli stuurde naar wethouder Hülya Kat.

Fallingwater van de architect Frank Lloyd Wright

Wij benadrukken daarin dat we de ambitie om met deze ingreep een bijdrage te leveren aan de vergroening en biodiversiteit in de binnenstad lovenswaardig vinden. Maar iets meer zorgvuldigheid in de voorbereiding zou in dit geval wel op zijn plaats zijn geweest, want de fontein is niet zomaar een fontein. De fontein is onderdeel van een ensemble van drie kunstwerken die de destijds internationaal bekende omgevingskunstenaar Joop Beljon ontwierp voor het centrum van de stad, een fontein en twee zogenoemde abri’s. Deze hebben of krijgen hun samenhangende plaats op het hernieuwde Stadsforum.

De aanleg van de fontein in 1972, foto: Regionaal Archief

Kenmerkend voor deze kunstwerken is de combinatie van minimalistische vormgeving en de robuuste, ‘eerlijke’ afwerking. De fontein is een samenspel van strenge rechthoekige elementen met voortdurend bewegend water (inspiratie ontleende Beljon aan het beroemde “Fallingwater” van de architect Frank Lloyd Wright).

Het zijn karakteristieken die toegeschreven worden aan het brutalisme, een stroming in de naoorlogse architectuur en ruimtelijk ontwerp die sinds enkele jaren een opmerkelijke herwaardering ondervindt. Mede om de zuivere vorm van dit brutalisme en omdat het kunstwerk zo kenmerkend is voor een bepaalde fase van de ontwikkeling van het centrum van Tilburg, is het werk op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

Tijdelijke ingrepen bij of aan kunstwerken zijn echt niet ondenkbaar in de publieke ruimte. Zoals we hierboven betogen horen ze er in zekere zin bij, zijn ze wenselijk. Essentieel daarbij is dat deze een kunstwerk niet fysiek of inhoudelijk beschadigen. Dat wil zeggen dat de integriteit van het kunstwerk niet aangetast wordt. En, in het verlengde daarvan, het auteursrecht van de kunstenaar niet geschaad. Stel je voor dat de “David” van Michelangelo in Florence voortaan een Hawaii-shirt en -short krijgt aangemeten omdat het beeld “wel wat kleur kan gebruiken” en “minder aanstootgevend is”.... 

“Het Stadsforum kan wel wat vergroening gebruiken”, werd in Tilburg als argument aangedragen. Kunstwerken zijn niet bedoeld om maatschappelijke problemen, zoals onvoldoende groen in de binnenstad op te lossen. Ze kunnen wel tijdelijk ingezet worden om het gesprek daarover aan te wakkeren. Maar Florissant, het bedrijf dat de vergroening van de fontein uitvoerde, meldt dat de planten in het najaar uit de fontein gehaald worden, om ze in de winter onder te brengen en ze vervolgens jaarlijks te herplaatsen. Dat impliceert dus een blijvende toevoeging in plaats van een tijdelijke ingreep. En dat is, wat Spoor betreft, dus een inbreuk op de integriteit van het kunstwerk en het auteursrecht van de kunstenaar.

Wat ons betreft is dit een prikkelend voorbeeld en inspiratie voor een interessant gesprek. Wanneer is een ingreep succesvol, relevant of nodig? En wanneer slaat een ingreep de plank mis? En wie bepaalt dit? Hierover gaan wij als Spoor graag in gesprek met kunstenaars, inwoners, beleidsmakers en de stad. Om te beginnen zijn we nieuwsgierig naar jullie opmerkingen en mening. Laat het ons weten via info@spoor-tilburg.nl of via onze socials!